CCN embleem

Commer/Dodge

In 1905 werd er door een groep enthousiastelingen in Londen de firma Commercial Cars Ltd. Opgericht. Bij de start werd er alleen geëxperimenteerd met de Linley transmissie, een voorkeuze versnellingsbak.
Eind 1905 kwam de eerste 4 tons truck met ijzeren wielen van de productielijn.
In 1906 verhuisde de firma naar Luton waar de productie van een 3 tonner met 32 pk zijklep benzinemotor en kettingaandrijving werd opgestart. Het betrof het type RC onder de merknaam COMMER. De RC-serie werd in de jaren daarop leverbaar met een laadvermogen van 1 tot 7 ton. In 1911 kwam er een bus in de productie met een 90 pk benzinemotor op basis van de RC.

De Commers werden niet alleen in Engeland verkocht maar werden ook geëxporteerd. Met name in de VS werden tussen 1911 en 1913 verkoopsuccessen behaald.
In 1913 werd er een project gestart om een fabriek in Delaware – VS te bouwen. Als gevolg van de 1e wereldoorlog is dit plan echter niet uitgevoerd.

In 1912 werden er in Engeland door de overheid twee voertuigklassen (1,5 en 3 ton) in het leven geroepen om te komen tot een soort van oorlogsreserve voor vrachtwagens. Dit resulteerde in een verhoogde productie bij Commer (ca. 3000 stuks). Het RC model werd in 1913 enigszins gemoderniseerd. Er kwam een aandrijfas i.p.v. de kettingaandrijving.

In 1920 kwam de klad in de vrachtwagenverkoop door de overvloed van voormalige legerwagens en door de economische recessie. Commer was één van de eerste slachtoffers. In 1922 werd uitstel van betaling aangevraagd en uiteindelijk werd in 1925 Commer overgenomen door Humber Ltd. De bedrijfsnaam veranderde in Commer Cars Ltd. De overname resulteerde snel in het uitbreiden van het programma met een 30 cwt ( 1 cwt = 50 kg ) en een 4,5 tons model.

In 1928 werd de RC uit het programma genomen. Tevens trad in dat jaar Humber en dus ook Commer toe tot de Rootes groep. In 1929 werden er drie nieuwe modellen gelanceerd: de Invader, de Avenger en de G6. De Invader was een 2 tons truck of een bus voor 20 passagiers en was voorzien van een 6 cilinder Humber Super Snipe – motor. De Avenger was een frontstuur bus voor 32 passagiers of een dubbeldekker voor 50 passagiers. De G6 was een truck met een teruggeplaatste vooras ten behoeve van een betere gewichtsverdeling met een 100 pk – 6 cilinder.

In 1931 werd de 2 tons Invader truck gewijzigd in Centaur en de bus werd groter (26 passagiers) en omgedoopt tot Corinthian. In 1932 werd Hillman toegevoegd aan de Rootes groep en dit had tot gevolg dat er in 1933 diverse wijzigingen in de Commer lichte bestelwagen reeks werden doorgevoerd. Er kwam een 6, een 8 en een 15 cwt bestelwagen gebaseerd op de Hillman personenwagen. Bovendien kwamen er Perkins dieselmotoren in het programma vanaf de 30 cwt’s. De Corinthian productie werd gestopt en de Greyhound (2 ton) en de Pug werden gelanceerd. De Pug was een frontstuur model met een middenmotor. In 1934 werd Karrier aan de Rootes groep toegevoegd en dit resulteerde erin dat in 1935 de productie van Karrier werd overgeplaatst naar de Commer fabriek in Luton. Na de integratie werden de Karriers voorzien van vele componenten van de andere Rootes partners.

In 1935 werd het modellenprogramma van Commer radicaal gewijzigd. De N – serie met een gestroomlijnde cabine kwam in productie ter vervanging van alle middelzware- en zware trucks en bussen. De N5 (een 4 tot 5 tonner) was weinig succesvol en werd in 1939 vervangen door de Q – serie, ook wel Superpoise genaamd. Dit model was uitgerust met een 6 cilinder benzine- of met een Perkins dieselmotor. Tijdens de 2e wereldoorlog produceerde Commer meer dan 20.000 Superpoise’s in militaire uitvoering. Na de oorlog bleef het model in productie en werd in 1948 gerestyled. Het model kreeg meer gelijkenis met de Humber modellen. Ook in 1948 werd de Supervan leverbaar, gebaseerd op de Minx personenwagen. De Supervan was een 5-7 tons truck met een liggend gemonteerde 6 cilinder motor (underfloor). In de busuitvoering heette het model de Avenger. In 1953 werd er een nieuwe fabriek te DunstabIe geopend welke een investering van 1.000.000, – pond vergde.

In 1954 kwam de revolutionaire Rootes TS-3 commer-knockerdieselmotor in productie. Deze Tilling -Stevensmotor (lid van de Rootes groep sinds 1951) was een 3-cilinder tweetakt met 6 zuigers, een vermogen van 105 pk en een inhoud van 3260 cc. De TS-3 bleek erg zuinig te zijn maar ook erg onderhoudsgevoelig. In 1955 werd de Superpoise vernieuwd en kreeg een cabine die ook door Dodge, Baron en Leyland werd toegepast. Uiteindelijk werd het model vervangen door een frontstuur bestelwagen de AF (later BF) genaamd. In 1958 kwam er naast de TS-3 motor ook een zware Perkins diesel in het programma welke uiteindelijk in 1969 de TS-3 verving. Tevens werd er een 2.2 liter diesel van de Standaard Motor Company gelanceerd t.b.v. de kleine Commers. In 1960 werd de 1500/2500 frontstuur bestelwagen geïntroduceerd, op dat moment de kleinste bestelwagen in Engeland met een dieselmotor. Dit model bleef tot 1976 in productie.

In 1962 werd de BF opgevolgd door de Walk Thru, een model voor 1,5 tot 3 ton lading met een semi frontstuur. (Het merendeel van de Commers binnen de CCN betreft de ‘Walk Thru). In 1964 kwam er een fusie tot stand tussen de Rootes groep en Chrysler. Dit had tot gevolg dat er een integratie plaatsvond van de productielijnen van Commer/Karrier en Dodge GB bedrijfswagens. In 1966 werden sommige Commer modellen verkocht onder de naam Dodge, ook de Walk Thru. In 1967 verkreeg Chrysler een groter aandeel in Rootes en uiteindelijk in 1973 werd Rootes volledig overgenomen door de Chrysler Corporation. In 1974 werden diverse Dodge GB modellen opgevolgd door de Commando (500 serie). Deze was leverbaar als Commer, Dodge of Karrier. In deze voertuigen werden dieselmotoren van Perkins en Mercedes of Chrysler V8 benzinemotoren gemonteerd.

De importeur van Commer in Nederland, was autobedrijf “Ten Hoeve” in Den Haag. Zie deze link.

In 1976 werd de merknaam Commer definitief vervangen door Dodge ter ondersteuning van Chrysler’s marketing filosofie. De naam Commer verdween maar het model Walk Thru bleef tot 1979 in productie.

Dodge van 1933 tot heden.

Het automerk Dodge stamt van origine uit Amerika waar het in 1914 in Detroit werd opgericht door de gebroeders Dodge. Voor de productiestart van automobielen was Dodge reeds een grote toeleverancier van auto-onderdelen voor de gehele Amerikaanse auto-industrie. Sinds 1927 assembleerde Dodge in Engeland de Amerikaanse modellen.

In 1933 werd er in Engeland in de plaats Kew in Surrey, de firma Dodge Brothers Britain Ltd. opgericht. Het is deze Engelse tak van Dodge die uiteindelijk verwantschap krijgt met Commer vandaar het jaartal 1933 in de titel. De productie bestond uit Amerikaanse bestelwagens en modellen voor zware inzet, grotendeels gebaseerd op Britse onderdelen. Alleen de motoren en de versnellingsbakken werden uit Amerika geïmporteerd. Deze voertuigen werden geëxporteerd onder de naam Kew-Dodge en Kew-Fargo. Fargo was een verkoop divisie van Chrysler speciaal voor fIeetowners. Zie deze link.  In het begin werden er uitsluitend 30 cwt bestelwagens, een 2 tons truck en een 20 persoons buschassis gebouwd allemaal voorzien van een 3.3 liter 6 cilinder motor. Omstreeks 1935 werd het programma uitgebreid met een 4 tonner speciaal voor grindtransport. Tevens werd de inhoud van de motor vergroot tot 3.6 liter. In 1937 werd er een gestroomlijnde cabine ontworpen met een V-vormige voorruit. Als topmodel kwam de 4 tons Major in het programma, uitgerust met een 4 liter motor en 5 versnellingen.

In 1938 introduceerde Dodge de Perkins P6 diesel in zijn programma. Tot 1949 bleef het aanbod aan voertuigvarianten nagenoeg ongewijzigd. 1949 was het jaar van de grote veranderingen. Alle modellen werden gemoderniseerd en voorzien van de Leyland Comet cabine. Deze modellenrange bleef in productie tot 1957 m.u.v. India, waar ze tot 1972 onder de naam Premier gebouwd werden. In 1957 werd de grote Perkins R6 diesel leverbaar, waardoor een 7 tons model kon worden gebouwd. Bovendien kwam er een 4×4 en 6×6 in productie, welke in samenwerking met de firma Unipower was ontwikkeld. Er werd een 6 tons frontstuur model leverbaar en tot slot werden de kleinere bestelwagens uit het programma geschrapt. De kleinste Dodge was nu de 3 tonner.

Sinds 1960 veranderde de Dodge Britain filosofie meer naar dat van een assemblagebedrijf. Er kwamen motoren in het programma van AEG en Leyland en versnellingsbakken van BMC. De niet-frontstuur auto’s hadden de cabine van de Commer Superpoise en de cabine van de frontstuur modellen werd gekocht bij Motor Panels.

Vanaf 1961 bestond het programma uit de 3 – 7 tons niet-frontstuur, de 5 – 9 tons frontstuur en buschassis voor 39-45 passagiers. In 1963 ontwikkelde Dodge in samenwerking met AEG een zware 6 x 2 en 6 x 4. De niet-frontstuur trucks werden opgevolgd door een 5 – 7 tons model gebaseerd op Amerikaanse componenten zoals cabine en versnellingsbak. In 1964 komt dan uiteindelijk de relatie met Commer middels een gedeeltelijke fusie tussen Rootes en Chrysler. Sindsdien heeft Dodge Britain de status van producent van zware trucks binnen de Chrysler – Rootes combinatie.

De Dodge 100 Series Commando was allereerst ontworpen door Commer Cars Ltd als een concept en was in 1965/66 geplanned als een vervanger voor de op leeftijd zijnde Commer VC en CE serie van voertuigen die in gewicht varieerden van ongeveer 8 tot 24 ton. Zie deze link.

In 1967 vergrootte Chrysler het aandeel in Rootes. In 1968 werd de productie van buschassis gestaakt. En in de periode 1968 -1970 werden de Commer modellen ook met Dodge logo verkocht. Het Dodge programma bestond vanaf 1960 voornamelijk uit de K – serie: een frontstuur model met kantelcabine, luchtdruk remsysteem en stuurbekrachtiging. De K – serie was leverbaar als 4 x 2, 6 x 2 en 6 x 4, zowel als truck en als trekker in de gewichtsklasse van 10 x 24 ton totaalgewicht. Het motorenprogramma bestond uit de 6 cilinder Perkins, de Chrysler- en de Commer V6 of V8. later werd de Cummins vervangen door de grote Perkins 8,4 liter V8 – 510.

Vanaf 1968 kwam er ook een automatische versnellingsbak in het programma. De K – serie werd uitgebreid met een nieuwe zware truck, de K 382 OP. Dit was een door de Spaanse vrachtwagenfabriek Barreiros ontwikkeld model welke buiten Spanje als Dodge verkocht werd. Barreiros behoorde sinds 1963 namelijk tot de Chrysler Corporation. In 1973 werd de fusie tussen Rootes en Chrysler volledig. In 1974 werd de K – serie gedeeltelijk vervangen door de Commando ofwel 500 – serie. In 1976 werd de Commer merknaam geschrapt. De Commer modellen liepen door als Dodge. In 1978 bestond het modellen programma uit de 18 en 25 cwt Spacevans, de Walk Thru van 25 cwt tot 3 ton, de Commando truck voor 7 tot 12 ton, de K – serie voor 22 tot 29 ton en de “Barreiros” voor 36 en 37 ton. Het opmerkelijk is dat de 2267 cc, 4 cilinder benzinemotoren in de Walk Thru nog steeds in productie waren. Deze motor is van origine afkomstig uit de Humber Hawk en stamt uit 1933. Eerst als zijklepmotor en sinds midden vijftiger jaren als kopklepmotor.

In 1977 werd er een opmerkelijke versie van de Walk Thru leverbaar. Het was een elektrisch aangedreven KC 60, de zogenaamde Silent Karrier. Zie foto rechts en ook het filmpje op het gedeelte van ” van Gend & Loos”.

Eind 1978 viel het doek over alle activiteiten van de Chrysler Corporation in Europa. De noodlijdende Europese tak werd verkocht aan Peugeot/Talbot. Niet veel later ging het nog steeds slecht draaiende bedrijf over in handen van Renault Bedrijfswagens.

Disclaimer

WTs

3953_187Commer1

BBC-Bantam

Commer-QX

Karrier K4

Karrier CX2454

Karrier CX3

Karrier-6-wheelers

Karrier-Refuse-Cart

vgl-aec-02

2w6fj93

vgl-commer-03

vgl-commer-01