CCN embleem

Karrier (1908 -1978)

In 1908 begon de firma Clayton & Co. In Huddersfield (Engeland )bedrijfswagens te produceren met als slogan: “For Commerce Karrier Cars”. Deze eerste Karrier’s (de gebruikte afkorting) van het A-type waren speciaal ontworpen voor het rijden in de bergen. Bij dit type zat de chauffeur boven de motor.
In 1911 kwam het tweede model, het B-type met de bestuurder zoals toen gebruikelijk was, achter de motor.

Web-Waggon-with-sacks_1In 1913 startte de productie van een 3 en 4 tons truck, de WDS voor het ministerie van defensie.
Tussen 1908 en 1921 zijn er in totaal ca. 900 chassis van het A en B-type gebouwd voor goederen- en passagiersvervoer met een laadvermogen van 1 tot 5 ton en 2200 WDS’en.
In 1920 werd er een nieuwe firma, Karrier Motors opgericht, welke de zaken van Clayton & Co overnam.
Al snel kwamen er de eerste nieuwe modellen, de K-serie als 3, 4 en 5 tonner. De K-serie was afgeleid van de WDS en had een 50 pk motor. In 1922 werd de K-serie uitgebreid met een frontstuur model.

Lees en hoor het verhaal, hoe een oud-medewerker van Karrier Motors Ltd., Ronald Sykes, opklom van schoonmaker van vrachtwagen-chassis tot chauffeur.
Source: http://www.myyorkshire.org

Ronald Sykes vertelt: And one day I walked down to Karrier Motors, the deputy works manager came to see me, Mr George Thomas, and he said now then what do you want? I said well I’ve come to see if I can get a job here. And he gave me a job. Not a very big one, it was keeping the chassis’ which were in stock, clean. Now a chassis is the mere framework on which a body is placed it contains all the working parts and of course that’s what they built for the beginning at Karriers, the chassis. Various sizes from 25 hundredweights up to 6 or 7 tons. And they always kept 1 or 2 in stock and I was given the job of keeping them clean, which only lasted for a month.

And I was moved into the road test department and I was helping the fitters to change springs, rear axles, wheels and things like that, engines even. As time went on I learnt to drive by towing the new newly built vehicles round into the test shop and I got for a beginning just steering the new ones til eventually I got to drive the towing wagon and pull them round you see.

One man didn’t turn in on the Thursday morning and they were a driver short, and he said to me, did my boss Harry Hanson, can you manage one of these to Lowestoft and I said yes. And that’s how I started as a driver, sat on a chassis on the way to Lowestoft, and I’d never driven on the road much but I could drive.

And I was a driver after that and my wages went up three shillings a week to the massive sum of two pounds four shillings a week: that was my wage then. Now the good thing about it was, that there was some overtime attached to it, going to London and things like that and there was also expenses because you had to put up for the night you see, I think you were allowed seven and six for bed and breakfast and two shillings for your dinner and a shilling for your tea, something like that, which of course kept you.

Het bleef nieuwe modellen regenen, want in 1923 werden de C- en de H-serie gelanceerd. Opvallend is dat de ontwikkelingstijd van een nieuw model in die tijd zeer kort was. De C-serie was een 30 cwt-chassis en de H-serie was een 2 tons chassis.
In 1924 kwam de CV, een 2 tonner, de H-serie werd opgewaardeerd tot 2,5 ton en de JH kwam in het programma als 3 tonner. En tegen het einde van het jaar werd de Z-serie geïntroduceerd, een 25 cwt-chassis welke als eerste Karrier was voorzien van luchtbanden.
Alle modellen waren leverbaar als truck en bus.
Web-Karrier-WorksIn 1926 kwamen er speciale buschassis in productie, genaamd CL, KL, WL (met tandemaandrijving) en de CY-6. Daarnaast onderging de Z-serie enkele wijzigingen en werd voortaan ZX genoemd.
Ook in dit jaar startte Karrier met de bouw van een speciaal voertuig, een straatveger RSC genaamd (Road Sweeper Cleaner) op basis van de K-serie. In 1927 werd de WO-6 gelanceerd, een verbeterde CY-6. De zeswielige WO-6 was uitermate geschikt voor in het zware terrein. Een aantal van deze voertuigen namen deel aan de Mc. Robertson expeditie door Australië. Ook werd in 1927 op basis van WL-6 een dubbeldekker (DD-6) gebouwd voor 72 passagiers.

In 1929 werd het Z-type wederom aangepast en omgedoopt tot ZA. Voor gemeentereinigings doeleinden werd de 2,5 tons CYR ontwikkeld. En voor zware inzet kwam er de 7 en 8 tons KW-6.
In 1931 werd het leveringsprogramma nog uitgebreider.
De modellen Monitor (2-assige dubbeldekker), Cob en Colt (2-tons driewielers) kwamen er bij. Het jaar daarop werden de Cob en de Colt uitgerust met grotere Coventry Climax motor en de naam wijzigde in Cob Major (4 tonner) en Colt Major (2 tonner).
Ook in 1932 ontwikkelde Karrier een 12 tonner genaamd Colossus (drie-asser). Men ging helemaal over op namen voor de verschillende modellen. De buschassis werden nu als volgt aangeduid: Coaster (28 pers.), Chaser 6 (35 pers.), Monitor (50 pers.) en de Consort (68 pers.)

In 1934 werd Karrier Motors over genomen door de Rootes groep de naam veranderde daarbij in Karrier Motors Successors Ltd. De overname had tot gevolg dat in 1935 de productielijnen van Kamer Motors overgeheveld werd naar de Commerfabriek in Luton. Aangezien Commer en Karrier allebei een complete lijn voertuigen leverden, was een opschoning van het programma noodzakelijk. De Karrier modellen Colt, Cob Junior, Cob Senior en de Antam bleven in productie. Karrier ging zich meer toeleggen op de markt voor speciale voertuigen voor met name de gemeentereiniging.
Web-Karrier-Works-photo-01_1In de periode na de overname tot aan de tweede wereldoorlog werden slechts de CK-3 en de CK-6 ontwikkeld. In 1939 kwam daar nog een trekker versie van de Bantam bij. Gedurende de oorlogsjaren werden er ca. 10.000 Karriers gebouwd voor het leger. Het betrof de modellen CK-6, K-6 4×4, Bantam voor de RAF en enkele KT-4, 4×4 artillerietrekkers. Direct na de oorlog kwamen er meer speciale voertuigen zoals kolkenzuigers, vuilniswagens en een straatveger op basis van een Commer Superpoise. In 1948 werd er een volledig metalen cabine geïntroduceerd voor de Bantam. In 1950 werd de CK geüpdate met een nieuwe cabine en een underfloor motor en heette voortaan Gamecock.

In 1958 was de Gamecock aan verbetering toe; de gedeelde voorruit werd vervangen door een eendelige ruit. Daarnaast kwam er een voor die tijd vooruitstrevende versie van de Bantam, de elektrisch aangedreven uitvoering.
In 1962 ontwikkelde men een nieuw model ambulance gebaseerd op de populaire Commer Walk Thru.
In 1963 werd den Bantam andermaal vernieuwd, nu met een keuze aan benzine- en diesel motoren.
In 1965 ontstond er een vraag naar een vuilniswagen met meer inhoud. Het benodigde chassis werd bij Commer gevonden en zo werden de Commer CC-8 en VB-7 leverbaar met Karrier embleem.
In 1968 verdween de naam Karrier Motors Successors ten gevolge van de gedeeltelijke overname van Rootes door Chrysler.
Karrier produceerde verder onder de vlag van Rootes Motors Ltd. De merknaam Karrier bleef wel bestaan. Zelfs nog na de gehele overname door Chrysler in 1973.

Tot 1976, na de val van de merknaam Commer, bleef de merknaam Karrier nog voortbestaan. Zij het dat het op het laatst alleen nog Dodge modellen betrof, zoals de Commander serie (G15).
In 1978, na de overname van Chrysler Europe door Peugeot – Talbot, verdween ook de naam Karrier van het toneel.

Disclaimer