CCN embleem

Rootes Group

William Rootes, de vader van William Edward, later Lord Rootes was geen welgesteld man, maar een kleine zakenman die een fietsenzaak runde in Hawkhurst (Kent). Ervan overtuigd dat de beide zoons, William en Reginald, hun carrière moesten starten met een goede opleiding, stuurde hij ze naar de Cranbrook School.

Tegen de tijd dat ze op 16 jarige leeftijd de school zouden verlaten, stelde hij voor een autoagentschap toe te voegen aan zijn fietsenzaak, maar geen van de zoons wenste in de familiezaak te gaan. Ieder wenste zijn eigen weg te gaan. William Edward begon zijn carrière als stagiaire bij Singer Motors Ltd., niet wetende dat hij later eigenaar van deze zaak zou worden. Gedurende de oorlog 1914/18 diende hij als luitenant in de RNVR en in 1917 werd hij gedemobiliseerd om de organisatie van een bedrijf in Maidstone op te zetten om vliegtuigmotoren te repareren in plaats van deze af te stoten.

De oorlog was voorbij voordat dit vol in bedrijf was. Hij neemt dan contact op met zijn broer Reginald, die op dat moment een veelbelovende baan heeft als burgerambtenaar bij de admiraliteit, en vraagt hem partner te worden voor het weer opstarten van de autoverkoopfirma Rootes Ltd.

        In 1919 besloot Reginald met zijn broer samen te werken in Maidstone, waarvan gezegd kan worden dat hij een waar imperium startte. Reginald was een bekwaan administrateur, terwijl William Edward de handelsman was, die een geheimzinnige bekwaamheid bezat een sluimerende toekomsttrend en de publieke smaak goed aan te voelen.

        In 1926 stichtten zij kantoren en showrooms in het hart van Londen’s West End, in Devonshire House. Binnen enkele maanden verwierven ze verschillende bedrijven in verschillende delen van het land en werden zij de grootste autodistributie maatschappij in Europa. Zoals te verwachten was, begonnen veel bekende en oude gevestigde firma’s in de auto-industrie de invloed van de economische recessie te voelen.
Terwijl verschillende bedrijven dicht gingen, aanvaardden de gebroeders de uitdaging. Met ideeën om deze firma’s nieuw leven in te blazen en te voldoen aan de vraag van de eeuw naar massaproductie, verwierven zij een aandeel in de Hillman Car Co, spoedig gevolgd door een aandeel in Humber Ltd., waartoe het Commer voertuigconcern behoorde. Deze drie bedrijven waren vastgelopen op ouderwetse productiemethoden en gaven de gebroeders een kans hun ideeën te realiseren. In 1931 werd de Hillman Wizard gelanceerd als een nieuwe auto voor de wereldmarkt.

Ofschoon het een beperkt succes was lieten zij zich niet afschrikken en het gaf hen tijd hun ideeën en de firma’s die zij verworven hadden op orde te brengen.
In 1932 kreeg de Rootes-Group gedaante en ze lanceerden een volgende auto, de Hillman Minx, wat
hillman-imp uitdraaide op een doorslaand succes. Hun ideeën werden beloond en het bedrijf was gered. Zij konden niet vermoeden dat de naam Minx menigmaal werd gebruikt in de daaropvolgende vier decennia. Het werd een klassieke naam in de gemotoriseerde geschiedenis. Het succes van de Rootes Group was te danken aan de bestudering van de manier van productie en spoedig kwam de tijd om uit te breiden.

        In 1935 verwierven zij Karrier Motors , de controle over Clement Talbot in 1937 en daarna British Light Steel Pressing en in 1938 verwierven ze de Sunbeam Motor Co. In feite hadden ze al enkele jaren daarvoor Sunbeam gesteund.
Men was van mening dat de auto’s die zij maakten niet meer de namen Hillman, Humber, Talbot of Sunbeam mochten dragen, maar deze bedrijven produceerden bestaande auto’s en de machines die ze maakten waren dringend nodig. Buiten dat verzekerden de gebroeders dat de identiteit van deze namen niet zou verdwijnen. Deze policy werd voortgezet tot Chrysler in 1967 het bedrijf overnam.

De luxere Humbers, de sportieve Sunbeams en de kwalitatief goede Hillmans behielden ieder hun kenmerkende eigenschappen.

HumberSceptrejpgAlle auto’s van de Rootes-Group hadden kwaliteit en waren gebouwd voor uithoudingsvermogen.
Vergeleken met hun tijdgenoten in dezelfde prijsklasse waren zij de beste.
In 1939 werd de Rootes-Group flink versterkt door een van de Britse “Big Sb” autofabrieken.
Met het uitbreken van de tweede wereldoorlog schakelde de Rootes-Group over op militaire voertuigen, maar dat is een ander verhaal.
De naoorlogse organisatie zag een nieuwe uitdaging voor de Rootes broeders, het veroveren van de Britse wereldhandel. Ze stuurden aan op een leidinggevende industriële auto export. Tevens werd de eerste autoassemblage in Australië plus andere sleutelposities gevestigd.

        In 1950, als leider van de sociëteit van autofabrieken en verkopers, speelde William Rootes de hoofdrol bij het organiseren van de eerste Britse auto show in de USA.
Ze bereikten een exportwaarde van 3 miljoen dollars toen ze de show in New York hielden en de handel in Amerika begon toe te nemen. In zes jaar tijd, van 1951 tot 1956, liep de waarde op tot 169 miljoen dolars.
Van 1957 tot 1962 liep dit op tot meer dan 303 miljoen dollars.
In 1959 werd William Rootes baron en verwierf de titel Lord Rootes van Ramsburg.
In 1959 begon een minderheidsgroep van de RootesGroup-arbeiders regelmatig te staken tot ergernis van de meerderheid van het personeel.
De ongeruste arbeiders waren van een Rootes toeleveringsbedrijf, British Light Steel Pressing Ltd. van Warple Way, Acton, Londen.

humber-hawk-mk4Vertrouwensmannen bij de Acton fabriek leerden al snel hoe ze een staking konden veroorzaken, toen een stel jonggehuwden uit de nachtdienst, in de dagdienst wilden werken. Zo begon een staking van 1500 arbeiders.
In die tijd was staken nog niet zo bekend. Deze staking kreeg de naam “Honeymoon Strike”.

        De Rootes familie betreurde het ooit de firma overgenomen te hebben. Juist op dat moment was het nodig hun productie-divisie te vergroten.
Men was unaniem van mening dat de Rootes goede werkgevers waren. Wel is het waar dat ze altijd op zoek waren naar productiebesparende methoden, maar dat kan niemand ze kwalijk nemen.
De staking bij de Acton fabrieken duurde voort en op 1 september 1961, stonden 1000 werknemers weer aan de poort en brachten het totale aantal stakingen sinds 1 januari 1961 op 82. Ze verlamden de Rootes-Group en er was niets dat zij er aan konden doen. De stakingen die hoofdzakelijk onofficieel waren, en tegen het advies van de bond, hadden tot gevolg het verlies van 27.000 manuren bij de Acton fabrieken. Het gevolg hiervan was weer het verlies van 17.000 manuren bij de andere vestigingen.
Deze staking werd uitgeroepen omdat men vreesde korter te moeten gaan werken vanwege overtollige producties. Als de leiding met de leiders van de arbeiders wilden praten liepen deze weg. Op maandag 4 september 1961 besloten de stakers een delegatie te sturen naar de TUC Annual Conference in Portsmouth om te trachten de TUC over te halen een nieuwe nationale politiek in relatie tot de auto-industrie in te voeren.
Ze eisten 52 weken salaris per jaar voor alle arbeiders in de auto-industrie. Tevens eisten ze van de TUC dat er geen tussenkomst van de bond zou zijn.
“We voelen dat dit een lokaal probleem is en omdat er geen actie van buiten is en we denken dat we in een betere positie zijn om onze positie te verstevigen.”, volgens een zegsman van Acton Gazette verslaggevers. Hij vervolgde, “ We wensen geen assistentie van de bondsofficials zoals ze onlangs gaven, toen we het werk neerlegden tegen de arbeidsverkorting. Toen we de eerste dag staakten, werd ons bevolen weer aan het werk te gaan zonder dat er gevraagd werd waarom we staakten.”

        De stakingsdelegatie kreeg niets voor elkaar bij de samenkomst.
18 september 1961 had de staking de Rootes-Group bijna stilgelegd met meer dan 6.000 arbeiders van de verschillende fabrieken in Coventry die samen het werk neerlegden. Alleen de staf werkte door.
Tot nu toe had Lord Rootes geweigerd commentaar te geven op de staking, maar op 26 september 1961 deed hij zijn eerste verklaring aan de verzamelde arbeiders: “Ga terug aan het werk op donderdag 28 september of u bent ontslagen.” De stakers negeerden de bedreiging en op donderdag 28 september waren alle 1000 arbeiders ontslagen. Een wervingsactie werd gestart om de stakende arbeiders te vervangen. De stakers verwierpen dit en protesteerden dat de Acton Labour Exchange de staking wilde breken door arbeiders te ontslaan, die dan via de wervingsactie weer terug de fabriek in zouden komen; zoals het comité zei: “Zij zullen niet terug gaan. Eens zal de leiding zich neer leggen bij de eisen van het comité”.
Rootes herhaalde; ” We beschouwen de stakers als ontslagen. We hebben sollicitanten gevraagd voor hun banen. Enkele stakers gingen weer aan het werk en we denken dat anderen zullen volgen.”
De Rootes-Group had de volledige steun van al haar andere werknemers, van de bond en van de vrouwen van de stakers (wat grote publiciteit tot gevolg had). Maar de ontslagen stakers wilden niet luisteren, vasthoudend; “We hebben besloten door te zetten”.
De weken verstreken. 8.000 arbeiders van andere fabrieken werden overbodig.
ExpressVan - kopieRootes kreeg financiële problemen en het was in feite het begin van de ondergang van het Rootes imperium. Gecontroleerd door 5 man was de staking de oorzaak van de ondergang van de Rootes-Group en haar financiers.
Er was vraag naar een publiek onderzoek nadat was onthuld dat de staking werd georganiseerd door het communisme. Op 2 november 1961 vond Rootes andere fabrieken die de carroserie-delen die bij de Acton Wens werden geproduceerd, konden maken. Ze hadden 1750 arbeiders van haar fabriek in Coventry weer aangenomen in een poging de productielijn weer op te starten.
De staking verliep geleidelijk.

        Op 21 december 1961 staakten nog slechts 120 man. Na een laatste vergadering besloten ze terug aan het werk te gaan, maar Rootes nam ze niet aan en gaf hen 40 pond compensatie als een gebaar.
Slechts één van de leden van het stakingscomité werd aangenomen.
De problemen mochten dan over zijn, maar het was slechts de start van de problemen bij de Rootes-Group. Het eerste streven was de fabriek weer op sterkte te brengen om de uitstaande orders uit te kunnen voeren.
In november 1962 maakte Rootes de totale kosten van de staking die eindigde 31 juli 1962, bekend.
Zij publiceerden een verlies van 891.088 pond en tevens een profijtelijk verlies van 3 miljoen pond aan gemiste orders. Zo’n groot verlies kon Rootes zich niet veroorloven.
Ze waren al zwaar gebonden aan een nieuw project, het Hillman Imp, en de opening van een nieuw bedrijf in Linwood in Schotland waar de productie zou beginnen.

        Dit zou de grootste fase van expansie zijn in de historie van de Rootes-Group en verliezen waren op dat moment het laatste wat Rootes kon gebruiken.
Op 30 september 1964 kondigde Lord Rootes aan dat gedurende oktober drie vertegenwoordigers van de Chrysler Corporation het bestuur van Rootes Motor Ltd., zou bezoeken, te weten Erving Minett, group vice-president internationale operaties van de Chrysler Corporation, Lovis B. Warren, een directeur van Chrysler en Robert C. Mitchell, president van Chrysler International.
Vervolgens werd door de aandeelhouders geaccepteerd dat de Chrysler Corp’s 30% van de aandelen van Rootes Motors Ltd. zou verwerven en tevens 50% van de aandelen zonder stemrecht. Het eerste officiële nieuws van de overeenkomst kwam op 4 juni toen de overeenkomst in New York was bereikt tussen Lord Rootes en Sir Reginald Rootes met Lyon A. Townsend, president van het Chrysler bestuur, de te verwachten waarden van de aandelen vastleggend.B30926 - kopie

        Vastleggen van de verwachtingen werd gedaan op 29 juli door de kanselarij van de schatkist, op dat moment Reginald Moudling. De officiële brief aan de aandeelhouders met de uitleg van het aanbod, opgesteld op 10 augustus door S.G.Wartburg Co Ltd. in opdracht van Chrysler, waarin Lord Rootes verklaart dat het Rootes bestuur de benadering van Chrysler verwelkomde. Kijkend naar de intentie en de competitie in de auto industrie, thuis en overzee, was het een logische en onvermijdelijke stap in de toekomstige ontwikkeling van de Rootes-Group een associatie aan te gaan met een sterke internationale organisatie als Chrysler. Op 29 september kondigde Warburg aan dat ze de benodigde acceptatie door de aandeelhouders had ontvangen en dit werd gevolgd door Lord Rootes mededeling van de stand van zaken wat betreft Chryslers vertegenwoordiging in het bestuur van de Rootes Motors Ltd. Ofschoon dit nooit officieel bevestigd is, maar wel altijd verwacht dat dit zou komen na de Acton stakingen en de onbekwaamheid van Rootes om de verloren ontwikkelingen te herstellen. Dit mag niet worden uitgelegd als een druk op de tijd, maar bedacht dient te worden dat de kosten van het fabriceren van auto’s niet veel minder is dan de prijs waarvoor ze verkocht konden worden om ze concurrerend te maken en om dat te doorbreken was een langdurig proces.

        Lord Rootes hield zijn arbeiders op de hoogte van de actualiteiten tussen Rootes en Chrysler, en toen de onderhandelingen beëindigd waren deed hij de volgende boodschap naar heel zijn personeel met zijn kijk op de situatie:

“Jullie zullen allen gelezen hebben over de onderhandelingen die wij gevoerd hebben met de Chrysler Corporation. Dat heeft er in geresulteerd, dat deze Amerikaanse autofabriek, de op twee na grootste in de USA en trouwens in de wereld, een deel van de aandelen van de Rootes Motors Ltd. heeft verworven. En daarom wil ik de gelegenheid nemen te verklaren dat ik en al de andere leden van het Rootes bestuur het vertrouwen hebben dat deze verbintenis met Chrysler een begin zal zijn van grote vooruitgang van de Rootes-Group. Dit betekent niet dat de Rootes familie de opbrengsten van de Rootes-Group wil verlagen, maar dat een werkelijke samenwerking is ontstaan met Chrysler met zicht op voordeel voor beide partijen. Door deze voordelen zal er een toename zijn in de omvang van activiteiten van de Rootes-Group voor zover het beide, auto’s en commerciële voertuigen, betreft en dit zal ruimere mogelijkheden brengen voor al onze medewerkers. U allen wordt gevraagd uw voordeel te doen met deze samenwerking met het Amerikaanse bedrijf. Ten eerste zullen we profiteren van dit contact met de Chrysler organisatie in Amerika, met haar immense faciliteiten en “knowhow” voor wat betreft machine bouwkunde, onderzoek, productie en andere aspecten aan onze industrie verbonden. Dit land wil ons helpen ons strijdlustiger en vooruitstrevender op te stellen en ik verwacht dat dit ertoe zal leiden dat de Rootes-Group in staat zal zijn zich sneller te ontwikkelen. Het samengaan zal onze export belangrijk stimuleren en we zullen in staat zijn van de ruime handelsfaciliteiten van Chrysler te profiteren. Zonder twijfel vraagt het huidige concurrentie klimaat op de wereldmarkt om grotere auto fabricage eenheden.

SunbeamU zult verwonderd staan hoe dit partnerschap zal samenwerken. We zijn in feite met Chrysler overeen gekomen  dat de bestaande leiding van de Rootes-Group zal doorgaan terwijl drie Chrysler vertegenwoordigers ons hoofdbestuur zullen gaan versterken. Op deze manier zullen we in staat zijn de werkwijze en expansie te coördineren, zowel in de UK als op de wereldmarkt, en samen werken aan een uitdaging.
In de toekomst zal Chrysler, met haar brede kijk op de wereldmarkt, zoals reeds vastgelegd in een vertrouwensbrief, geen enkele actie ondernemen bij hun thuis- of overzeese operaties, de leiding en directie van het Rootes bestuur van ons bedrijf, of onze relatie met het gouvernement, Labour, onze Britse aandeelhouders en het publiek te beschadigen.
Tenslotte wil ik nog zeggen dat ik als een frequent bezoeker gedurende vele jaren van de USA , goed bekend ben met de Chrysler organisatie en haar productie. Lange tijd heb ik ze geobserveerd en ik vertrouw erop dat we een goed team gaan vormen en dat we een gelukkige- en progressieve samenwerking zullen creëren. Ik vertrouw er ook op dat iedereen in onze groep zijn deel zal leveren en dat het, misschien niet onmiddellijk, maar binnen enige tijd ons groot voordeel zal brengen”

        Niemand zal er verbaasd over zijn of Lord Rootes  deze cruciale ontwikkeling werkelijk wenste. Het is goed voor te stellen dat een man met zoveel toewijding in zijn leven vanuit het niets een imperium op kon bouwen en tegen alle druk in, methodes gebruikend die een groot aantal mensen en fabrikanten afkeurden maar later succesvol bleken, moeite had een stuk van zijn zaken af te staan.
Op 12 december 1964 werd bekend gemaakt dat Lord Rootes of Ramsey, voorzitter van de Rootes-Group, overleden was.
Veel huldeblijk van mensen van alle rangen en standen viel deze grote industrieel ten deel , inclusief vertegenwoordigers van al zijn belangrijkste concurrenten.
Sir Reginald Rootes werd gekozen tot voorzitter en Geoffrey Rootes, de tweede lord Rootes, oudste zoon van de overleden Lord Rootes werd nu waarnemend voorzitter. Velen zeiden dat het lord Rootes was die het bedrijfsbeleid dicteerde en de groep bij elkaar wilde houden.
Echter  werd het spoedig duidelijk dat niet iedereen het, op de manier waarop de firma werd gerund, eens was en op 19 januari 1965 werd aangekondigd dat een grote reorganisatie zou worden doorgevoerd. Een groot aantal medewerkers vonden het niet goed wat er met het bedrijf gebeurde. Gedurende het financiële jaar 1966/1967 leed de Rootes-Group een enorm verlies van 10 miljoen pond. Het werd allen duidelijk dat Chrysler spoedig de controle over de groep zou overnemen. Dit gebeurde in januari 1967, toen zij hun aandelenpakket vergrootte tot 77,3 %. Het was nu slechts een kwestie van tijd of de Rootes-Group zou helemaal verdwijnen.
In maart 1967 stapte Sir Reginald uit het bedrijf en Geoffey (de tweede Lord Rootes) nam zijn plaats in als voorzitter. Chrysler ‘Gilbert Hunt’ werd aangesteld als directeur met de taak het weer op de been brengen van wat over was van het eens zo bloeiende Rootes imperium.

Uit het boek “Alpine The Classic Sunbeam” door Chris MC Govern.
Gevonden op internet.

Disclaimer